Facebook logo Twitter logo LinkedIn logo Pinterest logo

Interview met de Rotterdamse merkenbouwer Jacqueline van den Bergen

Posted by on jun 4, 2015 in Interview

  • Jacqueline van den Bergen van Vrouwen die Bouwen
  • Jacqueline van den Bergen van Vrouwen die Bouwen

“Ik zei het je toch altijd al, die stad is super!”

Enkele Rotterdamse vragen, c.q.  vragen in én over Rotterdam voorgelegd aan merkenbouwer Jacqueline van den Bergen (51 jaar), mede-eigenaar van Vrouwen die Bouwen, een bureau voor strategische communicatie.

Portret JacquelineWie ben je?
“Mijn naam is Jacqueline van den Bergen en ik ben samen met Rinske Schellekens mede-eigenaar van Vrouwen die Bouwen, een Rotterdams bureau voor strategische communicatie . Wij helpen ondernemers te bouwen aan een sterk merk door precies goed zichtbaar te zijn. waardoor de bedrijven die wij helpen meer omzet maken tegen veel minder kosten. Binnen ons bureau hebben we niet echt een strikte taakverdeling. Ik hou mij het liefst bezig met communicatiestrategie en communicatiecreatie. Ik zoek daarbij altijd naar het maken van verbindingen in de meeste gekke richtingen, omdat ik de oneindige mogelijkheden aan vondsten en de energie die dat geeft, heerlijk vind.”



Waar ben je in Rotterdam geboren / opgegroeid?
“Ik ben geboren in het oude Clara Ziekenhuis onder de rook van de Kuip. Mijn ouders woonden toen in de Florisstraat, in Rotterdam-West. Toen ik drie jaar was, zijn ze naar Ridderkerk verhuisd en daarna naar Alblasserdam. In mijn studententijd studeerde ik in Leiden, maar ik woonde in Rotterdam op kamers, in de Vletstraat, in het Oude Noorden. En mijn opa en oma van mijn vaderskant woonden in Rotterdam-Zuid, in de Akselsekreek, de krekenbuurt dus.”



Wat herinner je je nog van deze buurt uit die tijd?
“De foto in mijn herinnering is er één van een houten brug over een singel waar mijn moeder met mij ging wandelen. Ook weet ik dat ze vaak naar de hoge flats aan de Lijnbaan ging, omdat daar een parkje was. Van de Vletstraat herinner ik mij vooral de multiculturele samenstelling, de vrijheid als je net op jezelf woont en de gezelligheid van nog echte oude volksbuurten. De Akselsekreek vond ik als kind met name saai en lawaaierig. Zeker als Feyenoord speelde en de toeterende en schreeuwende supporters voorbij liepen.”

Wat vind je nu van die buurt in vergelijking tot vroeger?
“In de Vletstraat is er veel gerenoveerd en ook veel gesloopt. Daarmee is het karakter dusdanig veranderd dat je het niet meer echt kunt vergelijken met vroeger. De Akselsekreek is echter nog onveranderd saai.”



Hoe vind je de stad Rotterdam nu in vergelijking tot vroeger?
“Ik ben altijd al dol geweest op Rotterdam. Ook toen de stad nog een lelijk eendje was. Ik heb er mijn eerste kinderstappen gezet, heb er gestruind in mijn studententijd en heb er zakelijk heel veel ontmoetingen, gesprekken en projecten gehad. Daardoor leeft die stad al zoveel jaren in mij. Ik zag echt de manco’s wel van Rotterdam, maar toch kon die stad nooit stuk bij mij. Vanuit dat vertrekpunt is Rotterdam nu echt een top stad geworden die ik niet meer hoef te verdedigen, maar waarover ik nu met niet te verhullen trots kan zeggen: ‘ik zei het je toch altijd al, die stad is super!’.”



Hoe komt jouw Rotterdamse inborst tot uiting in de aanpak van je werk?
“Door mijn resultaatgerichte doorzettersaanpak, door mijn niet-lullen-maar-poetsen-houding en doordat ik net als andere echte Rotterdammers een hekel heb aan ‘kapsones’ – zoals de Rotterdammer dat zo mooi zegt –.“



Geef daar eens een typisch voorbeeld van?
Wij hebben met ons communicatiebureau een onderzoek gedaan naar de Rotterdamse Reputatie, op eigen titel en voor eigen rekening en risico. Gewoon omdat wij het leuk en nodig vonden die spannende stad met andere Rotterdamse ondernemers verder op de kaart te zetten. Aangezien het ons dagelijkse werk is aan reputaties van bedrijven te bouwen, kunnen wij dat moeiteloos doen. We hebben 130 Rotterdamse bedrijven geïnterviewd door vooral gewoon te doen, te blijven proberen, niet op te geven als de directeur van een bedrijf door drukte niet telefonisch bereikbaar was en een goed resultaat te willen neerzetten. Van het ene gesprek kwam het andere en daar zijn heel wat uurtjes met plezier gaan inzitten. De rapportage hebben we zelfs aan burgemeester Aboutaleb overhandigd in de Burgerzaal in het bijzijn van die 130 deelnemers. Dat die ondernemers nog steeds met ons en met elkaar willen meedenken, vind ik een groot compliment.”

Hoe zou jij ‘de Rotterdamse aanpak’ willen omschrijven?
“Als je op de Rotterdamse manier werkt, dan ben je benaderbaar, wil je je inzetten in het belang van de stad zonder alleen maar je eigen gewin voorop te stellen, wil je de handen ineenslaan om het met elkaar voor elkaar te krijgen en verspil je geen tijd met jezelf op de borst te kloppen, maar ga je snel weer door naar het volgende project.” 



Welke wereldburger laat deze Rotterdamse aanpak zien en op welke manier?
“Er zijn veel bijzondere ondernemers in Rotterdam, bijzonder om verschillende redenen. Wie er nu bij mij opkomt is Jos van der Vegt, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Rotterdam. Door grootse dingen voor de stad te doen vanuit zijn hart, zonder ook maar een seconde arrogant te zijn. En buiten de landsgrenzen vind ik Angela Merkel zo’n bijzondere wereldburger. Misschien niet zo kleurrijk, maar wel een doener!” 



Hoe vind je dat Wij in 010 idealiter met elkaar (zouden moeten) omgaan?
“Ik vind dat er hier nog weleens argwanend wordt gekeken naar mensen die voortvarend te werk gaan, succesvol zijn en dingen voor elkaar krijgen. Een soort ‘angst voor concurrentie’- gevoel, terwijl we elkaar beter kunnen versterken door samen te werken en geen angst te hebben dat een ander er met jouw klant vandoor gaat als je samenwerkt. Wat mij betreft dus weg met de angst dat een ander op jouw terrein komt en ruim baan voor samenwerking vanuit geloof in eigen kracht en de kracht van verbinding!”

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Leave a Reply