Facebook logo Twitter logo LinkedIn logo Pinterest logo

Interview met Amster-Rotterdammer Els Veltkamp

Posted by on apr 1, 2014 in Interview

  • Els Veltkamp - What Else Communicatie
  •  

  • Els Veltkamp - What Else Communicatie

“Een geintje op z’n tijd kan geen kwaad” 


Enkele Rotterdamse vragen, cq vragen in én over Rotterdam voorgelegd aan zelfstandig PR- en communicatiemanager Els Veltkamp (48 jaar), eigenaar van What Else Communicatieadvies en voormalig voorzitter van ZZPRO.

Wat doe je precies?
“Ik ben een PR- en (marketing-) communicatiemanager met een voorliefde voor de creatieve en artistieke sector. En: voor organisaties en projecten die een creatieve ‘bite’ wel zien zitten. Maar wel één die to-the-point is. Ik ben een sociaal bewogen mens, analytisch én creatief. Ik richt me daarom meer en meer op communitybuilding en de communicatie rondom een crowdfunding project. Momenteel werk ik voor een modelabel, een kunstenaar, een online buurtplatform en een advocatenkantoor.”

Waar ben je in Rotterdam opgegroeid?
“In 1969 verhuisden wij van Haarlem naar de nieuwe wijk Ommoord, naar het Fioringras. Een wijk vol met flats en doorzonwoningen. En: tussen de polders en de nieuwbouwprojecten. We speelden dagelijks met vele kinderen bordje tik en in de bouw. Het was een walhalla: kinderen, ruimte, natuur en veel kleigrond waar we vele objectjes van maakten.”

Wat herinner je je nog van deze buurt uit die tijd?
“Ik heb aardig wat blauwe plekken en schaafwonden opgelopen in de bouw. Maar ook heb ik veel archeologische opgravingen gedaan. Ik heb nog een ton vol scherven, Goudse pijpjes en keukengerei. Gevonden bij de aanleg van het Alexandrium en de metrolijnen Graskruid en Alexanderpolder.”

Wat vind je nu van jouw buurt in vergelijking tot vroeger?
“Mijn moeder woont er nog en ik kom dus nog regelmatig in mijn wijk. Het is er vergrijsd, maar er lijkt nu weer wat meer levendigheid te komen. Er is wel veel minder polder over, het is allemaal volgebouwd. Als het zonnetje schijnt komen de vele fijne herinneringen van het ‘op straat spelen’ terug.”

Hoe vind je de stad Rotterdam nu in vergelijking tot vroeger?
“Als ondernemend meisje ging ik vanaf mijn zevende jaar in mijn eentje de stad in met bus 37. Naar Museum Boymans van Beuningen en wat slenteren in de stad. Ik vond het prachtig om de Bijenkorf in te gaan, mooie dingen te bekijken en met de roltrap (nog met houten leuning!) te gaan. Ik zie mijn zoontje dat nu 7 jaar is, dit niet meer doen. Het is niet veilig genoeg meer.”

Hoe komt jouw Rotterdamse inborst tot uiting in de aanpak van je communicatiewerk?
“Rotterdams in de zin van: ik ben iemand die dingen wil realiseren, concreet wil zijn, en actie wil zien. Daarvoor heb ik een enorme drive. Voor zowel mijn klanten als voor meer maatschappelijke projecten, zoals ZZPRO. Maar: mijn vader was een echte Amsterdammer, een Jordanees, net als zijn ouders. Die Amsterdamse inslag stroomt ook door mijn bloed. Dat relativerende van de Amsterdammer komt mij goed van pas om afstand te kunnen nemen van de dingen die ik onderneem. En ik reflecteer veel, ook voor mijn klanten: of mijn aanpak wel klopt. En niet te vergeten: plezier te hebben in mijn werk. Een geintje op zijn tijd kan geen kwaad vind ik. Dat mis ik weleens bij de Rotterdammer die altijd blijft werken. Een beetje recalcitrant zijn mag ook weleens.”

Geef daar eens een typisch voorbeeld van?
“Toen ik als communicatieadviseur bij de Gemeente Rotterdam werkte heb ik een 1 april grap uitgehaald voor 400 ambtenaren. En heb op het Marconiplein (toen het OBR) ‘de toiletjuffrouw’ geïntroduceerd. Op iedere verdieping, bij ieder toiletblok een mevrouwtje, tafelkleedje, schoteltje neergezet. En: een formulier, -tja, want het ging over ambtenaren-, om te peilen welke wensen men had aangaande de nieuwe functie van de toiletjuffrouw. Of er behoefte was aan: condooms, snoep, tampons, billendoekjes, bepaalde toiletverfrissers. Tja, en die Rotterdamse ambtenaren: ze stonken er massaal in. Jammer dat mijn oorspronkelijke idee: alle koffieautomaten vullen met cafeïnevrije koffie, er niet doorkwam. Teveel weerstand bij de directie. Ook heel Rotterdams natuurlijk.”

Hoe zou jij ‘de Rotterdamse aanpak’ willen omschrijven? 

“Wat ik het mooiste vind aan de Rotterdammer is haar of zijn focus op de dingen die moeten gebeuren. Compleet opgaan in een project en dat gezamenlijk met ups en downs, afronden en nog goed ook. Vol energie en vol geloof in wat je doet. En vooral ook die gezamenlijkheid daarbij. Heerlijk vind ik dat.”

Welke wereldburger laat deze Rotterdamse aanpak zien, of heeft deze laten zien, en op welke manier?
“Ik heb enorm veel bewondering voor Steve Jobs, de oprichter van Apple. Zijn focus om de dingen perfect te doen, om ondanks tegenslagen steeds weer te vernieuwen of te verbeteren. Zijn oprechte gedrevenheid en enorme doorzettingsvermogen vind ik heel Rotterdams.”

Heb je nog iets toe te voegen?
“Wat ik als Amster-Rotterdammer weleens mis, is de gein die je met elkaar kunt hebben, de meligheid, juist als je volop in je ‘flow’ zit. Haal eens iets geks uit. Goed voor de gezondheid.”

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Leave a Reply